BODDIN

PIANOSERVICE

correcte SW/Ratio verhoudingen
BW = balansgewicht FW = gewicht van de toets vooraan WW = gewicht van de onderhamer KR= ratio van de toets meestal rond de 0,5 SW = gewicht van de hamer op steel
David Stanwood biedt ook SALA aan. Stanwood Adjustable Leverage Action is een modificatie onder het klavier waarbij je het balanspunt onder de toest manueel kan wijzigen met meerdere flexibele keuzes in ratio/ dynamische enertie. SALA is verschillend van de MBA. De MagneticBalanceAction van Hans Venlo verandert enkel de BW door de magneten in de toets bij te stellen. SALA verandert de inertie in de speelaard door de ratio te wijzigen.

Vandaag de dag kan iedereen gemakkelijk toegang krijgen tot

alle PTD-informatie.

Ik verwijs speciaal naar de artikelen op Davids site en naar Mario Igrecs uitstekend boek ' Pianos Inside Out' hoofdstuk 9.
Ook de procedure om de 88 toetsen in vijf secties met verschillende DW te calibreren is weinig efficient om een gelijk BW te produceren. Inderdaad is er frictieverschil in de bas, medium en discant en vandaar het empirisch concept van verschillende DW secties, maar nogmaals, de exacte frictie per toets wordt tijdens die calibratie niet gemeten. Ook de richtlijnen voor opgewicht (UW) die enkel met een +limietwaarde bepaald worden zijn niet logisch. Zie Steinway voorbeeld met UW specificatie +19 voor alle secties. Deze conservatieve procedure is dus duidelijk minder precies.
Het is logischer met BW te werken om het toetsgewicht te bepalen. Frictie heeft geen invloed op het balansgewicht of op het dynamisch speelgewicht en wordt in de Stanwood vergelijking dan ook niet gebruikt. BW is de stabiele referentiewaarde die PTD gebruikt om het gewicht van de toets (FW) te berekenen.
Het begrip BALANSGEWICHT wordt in de traditionele manier van toets kalibratie niet gebruikt: de hoeveelheid lood in de voorkant van de toetsen wordt bepaald door het neergewicht ( DW ) te meten en aan te passen naar rond de 50 gr. Dit samen met controle van voldoende opgewicht. De bedoeling van deze procedure is een gelijk speelgewicht te maken maar je creëert spijtig genoeg net het tegendeel.
Het effectieve gewicht van de toets vooraan (FW) wordt met deze DW procedure niet bepaald met als gevolg dat ook het balansgewicht hier een onbekende parameter blijft. En BW is nu net de waarde die je consistent kan gebruiken om het dynamisch speelgewicht te bepalen.
Zelfs in het geval je een gelijk verloop van hamergewicht handhaaft zal met deze DW procedure het balansgewicht toch niet gelijk verlopen want het neergewicht is de som van het Balansgewicht + Frictie en die frictie wordt niet expliciet per toets gemeten. En de frictie in de mechaniek fluctueert ook nog samen met de de vochtigheid in zijn omgeving.
Met SNAP in productie begin je dus met de uitloding van de toetsen, daarbij kies je eerst één van de beschikbare Stanwood gewichtspatronen. Vervolgens kies je het hamergewicht, dit in functie van het volume en de klankkleur die je wil op dat bepaald model van piano. Ik vermeld hier graag de firma Abel die sinds een tijd hammerkoppen levert met gewichtsspecificatie. Na renovatie met nieuwe hamerkoppen moet je het toetslood dus niet opnieuw aanpassen want je kan bij Abel hamers bestellen met dezelfde gewichtspecificatie als de originele. Is je keuze van hamer bv. te zwaar voor de aanwezige overbrengingsverhouding dan merk je dat aan je balansgewicht dat te hoog is. De oplossing is dan ofwel het gewicht van de hamer reduceren of de ratio aanpassen naar de juiste R/SW match met je gekozen BW. De software ontworpen door de PTDaE geeft je uiteraard duidelijk meer inzicht hoe die verhoudingen verlopen. Je kan de ratio wijziging met de OBW, of je kan een standaard ontwerpen met de locatie van de piloot en locatie/hoogte van het zadel op de onderhamer. De WNG onderhamers met keuze van type verstelbare zadels zijn hiervoor een zeer geschikte optie. Speciaal op vraag van de klant kan je met OBW ook snel en eenvoudig de bestaande ratio/inertie wijzigen: je vervangt de OBW door een andere maat, je moet dan uiteraard ook wel de dieptegang of de stijghoogte aanpassen.
C o n c l u s i e Inovaties hebben meestal tijd nodig om zich in de maatschappij te installeren. Een aanvankelijke conservatieve weerstand om het nieuwe te omvatten is normaal en steunt op diverse geloofsstructuren meestal vanuit een gebrek aan informatie en praktische kennis. Onlangs benoemde iemand PTD met de term ‘rocketscience’ hogere ruimtewetenschap, niettegenstaande dat de Stanwood methode alleen maar eenvoudige wiskunde gebruikt. Ook denkt men dat een PTD uitvoeren ingewikkeld is alhoewel de procedure vrij eenvoudig en makkelijk aan te leren is. PTD is veel meer werk hoor ik, economisch niet renderend, time is money. Als je individuele mechanieken behandelt is het inderdaad arbeidsintensief omdat ze zo verscheiden zijn. Telkens opnieuw eerst een analyse maken en vervolgens een doordacht design precies uitvoeren, ja dat vraagt tijd, maar als je SNAP in een productieproces goed integreert werkt het sneller doordat je een standaarduitvoering kan gebruiken. Met SNAP ontwerp je éénmalig de toetscalibratie. Die standaard uitvoeren werkt sneller dan traditioneel en met correcter resultaat. Je moet bijvoorbeeld niet meer telkens opnieuw toets per toets manueel de positie van het lood uitzetten. Je kan heel snel met een schabloon de loodlocatie aanduiden, dit berekend volgens het Stanwood loodpatroon dat, Ik citeer US Patent #5585582 °1994, een gelijkmatige liniaire progressie in gewicht geeft met een meer uniforme speelaard in de pianotoetsen. De volledige standaard design maak je in productieook slechts éénmaal. Het hamergewicht subtiel bijstellen vraagt inderdaad bijkomende tijd, maar nogmaals die kan je in een pianofabriek reduceren door een technisch standaard procedure toe te passen. Wellicht kom je met een SNAP aan een identiek totaal tijdsrendement. Een aangepaste SW- curve versnelt bijvoorbeeld meestal de eind intonatie, dit compenseert dan het supplementaire werk aan het hamergewicht. In ieder geval compenseert de enorme kwaliteitsverbetering in speelaard het eventuele supplement aan werk. Met een goed uitgebalanceerde mechaniek kan de pianist efficienter contact maken met de klank van zijn piano. Een subtielere speelaard creëert een grotere muzikale ontwikkeling in frazering en interpretatie. Deze SNAP specifieke tastbare speelkwalteit is de finale meerwaarde voor verkoop en marketing. Nogmaals, wij kunnen nu pianomechanieken grondiger analyseren, we weten exact hoe ze te verbeteren. Laat ons die kennis toepassen en samen werken aan een hoge kwaliteit voor de pianist, zijn muziek, zijn toekomst. 01 05 2020 Danny Boddin
Ik weet dat sommige pianomerken de laatste tijd hun hamers controleren op een min of meer gelijkmatig afnemend verloop en dat voel je zeker in de gelijkmatigheid van aanslag. Spijtig genoeg houdt men in productie momenteel nog altijd geen rekening met de belangrijkheid van een specifieke ratio voor een specifieke piano. En er was ook weinig stimulans om een gecontroleerde dynamische speelaard toe te passen want pianisten zijn weinig kritisch en willen zich aan een middelmatige pianotouché toch wel aanpassen.
Daardoor vindt je dan ook een diversiteit aan inerties in een gamma pianos van hetzelfde merk. Daarom spelen en klinken ze verschillend en ook niet altijd even goed want de verschillen worden niet bewust ontworpen, ze ontstaan louter toevallig, op goed geluk, zonder de impact van de ratio/inertie relatie ten volle te beseffen. Ondertussen hebben pianisten ook een expertise ontwikkeld om een geoptimaliseerde aanslag te herkennen. En altijd merk ik dat ze na enkele uren oefenen met verbazing de nieuwe subtiele mogelijkheden in de controle van de aanslag ontdekken.
Hun techniek transformeert zich en ze ervaren meer connectie met de klank die ze produceren, en die verovert hun hart. Het lijdt geen twijfel dat de vraag naar dit product zal groeien. IIk vraag me af welke bedrijven als eerste SNAP in productie zullen nemen, dit zal zeker de marktposities wijzigen en ik ben benieuwd welke beweging in verkoopvolume dit zal genereren.
OBW available at Jahn

EEN VISIE EN MISSIE VOOR PIANOBOUWERS EN TECHNIEKERS

Beeld je een productie in met een nieuwe standaard voor de uitloding van het toetsgewicht met betrouwbaar en voorspelbaar dynamische speelgewicht. Ik geloof dat dit de toekomst wordt voor pianomechanieken.
Doordat David jarenlang talrijke PTD analyses kon vergelijken en tegelijk refereren naar de feedback van pianisten kwam hij erachter welke aanslag confortabel speelt en welke niet zo goed. Met de Stanwood vergelijking weten we nu welke verhouding van hamergewicht en overbrenging een acceptabele dynamische inertie in de speelaard geeft. De PTDAE geeft ondertussen al tien jaar les en er zijn in Europa al meer dan 500 Precision Touch Designs geïnstalleerd.
Recent vanuit PTD ontwikkelde David Stanwood nu zijn SNAP . Het Stanwood new Action Protocol is in de eerste plaats bedacht voor gebruik in de piano industrie doordat het is aangepast met een standaard voor de productie. Met het SNAP calibreer je eerst de toetsen met een gewichtspatroon dat, naar keuze, een hoge, lage of medium inertie geeft. Na instalatie van dit patroon kan je er elke curve van hamergewicht ( SW ) mee combineren op voorwaarde dat je de aanbevolen ratio toepast.
Hier onder een voorbeeld van een medium inertie keuze voor toets C40 geïnstalleerd met twee verschillende hamergewichten (8,6 en 10,5 gr) en toch zijn de BW en FW identiek. De hier correcte SW/Ratio match gerandeert in de beide gevallen een comfortabele medium massatraagheid in de speelaard.
toets C40 met BW + FW = ( WW x KR ) + ( SW x Ratio ) een lichte hamer 8,6 gr : 37,96 + 22,8 = ( 16 x 0,5 ) + ( 8,6 x 6,6 ) een zwaardere hamer 10,5 gr : 37,90 + 22,8 = ( 16 x 0,5 ) + ( 10,5 x 5,4 )
Deel met ons het ‘Precision Touch Design Platform’
En nogmaals, als je eerst het verloop van het gewicht van de hamers niet aanpakt krijg je nooit een gelijk afnemende inertie in de dynamische speelaard. Je zou kunnen veronderstellen dat een foutje van één gram meer of minder in een hamer verwaarloosbaar is bij het uitbalanceren van de speelaard, maar met bijvoorbeeld een ratio van 5,5 krijg je 5,5 x 1 gr = 5,5 gram statisch gewichtsverschil.
De traditionele DW kalibratie compenseert dit gewichtsverschil van 5,5 gr met de hoeveelheid of de positie van het lood vooraan in de toets. Dit levert uiteraard geen gelijk afnemend verloop van het loodpatroon met nog meer onregelmatigheid in de aanslag tot gevolg want de inertie van het toetsgewicht draagt ook +/- 10% bij tot het totale dynamisch speelgewicht.
De hoeveelheid kracht nodig om die 5,5 gr in beweging te zetten neemt exponentieel toe samen met de versnelling van de hamer.
Meer over BALANsgewicht (BW) (UW+DW) / 2 = BW DW (neergewicht) - Frictie = BW UW (opgewicht) + Frictie = BW Hier een practisch voorbeeld van DW, FW en BW uitgewerkt met de Stanwood vergelijking BW + FW = (KR x WW) + (R x SW) Op een toets meet je vooraan een weerstand van 10 gr frictie nl. het totaal van frictie op de balanspin, de piloot, de hamerrol en de asjes. (UW - DW) / 2 = Frictie Het totaal te balanceren gewicht is 60 gr, nl. het gewicht van de de hamer (10 gr x ratio 5) + de onderhamer (20gr x ratio 0.5) = totaal 60 gr. Een ideaal balansgewicht is 38 gr , ik pas dus het gewicht van de toets aan naar 22 gr FW. BW 38 gr + FW 22 gr = (KR 0.5 x WW 20 gr) + (R 5.0 x SW 10 gr) 60 gr = 10 gr + 50 gr Het neergewicht (DW) is nu 38gr BW + 10 gr frictie = 48 gr DW
voor pianisten en technici Vanuit uw opmerkingen en vragen blijven wij samen verder leren, bedankt voor uw participatie.
Bedankt voor uw bezoek !
BW = balansgewicht FW= gewicht vooraan op de toets WW = gewicht onderhamer KR = toetsratio (meestal rond 0.5) SW = gewicht hamer op steel
Danny Boddin
voor pianisten en technici Vanuit uw opmerkingen en vragen blijven wij samen verder leren, bedankt voor uw participatie.

PIANOSERVICE

BODDIN
correcte SW/Ratio verhoudingen
Danny Boddin
+ 32 (0)475 43 38 43
voor pianisten en technici Vanuit uw opmerkingen en vragen blijven wij samen verder leren, bedankt voor uw participatie.

EEN VISIE EN MISSIE VOOR PIANOBOUWERS EN TECHNIEKERS

Beeld je een productie in met een nieuwe standaard voor de uitloding van het toetsgewicht met betrouwbaar en voorspelbaar dynamische speelgewicht. Ik geloof dat dit de toekomst wordt voor pianomechanieken.
Doordat David jarenlang talrijke PTD analyses kon vergelijken en tegelijk refereren naar de feedback van pianisten kwam hij erachter welke aanslag confortabel speelt en welke niet zo goed. Met de Stanwood vergelijking weten we nu welke verhouding van hamergewicht en overbrenging een acceptabele dynamische inertie in de speelaard geeft. De PTDAE geeft ondertussen al tien jaar les en er zijn in Europa al meer dan 500 Precision Touch Designs geïnstalleerd.
Recent vanuit PTD ontwikkelde David Stanwood nu zijn SNAP . Het Stanwood new Action Protocol is in de eerste plaats bedacht voor gebruik in de piano industrie doordat het is aangepast met een standaard voor de productie. Met het SNAP calibreer je eerst de toetsen met een gewichtspatroon dat, naar keuze, een hoge, lage of medium inertie geeft. Na instalatie van dit patroon kan je er elke curve van hamergewicht ( SW ) mee combineren op voorwaarde dat je de aanbevolen ratio toepast.
Hier onder een voorbeeld van een medium inertie keuze voor toets C40 geïnstalleerd met twee verschillende hamergewichten (8,6 en 10,5 gr) en toch zijn de BW en FW identiek. De hier correcte SW/Ratio match gerandeert in de beide gevallen een comfortabele medium massatraagheid in de speelaard.
BW = balansgewicht FW= gewicht vooraan op de toets WW = gewicht onderhamer KR = toetsratio (meestal rond 0.5) SW = gewicht hamer op steel
toets C40 met BW + FW = ( WW x KR ) + ( SW x Ratio ) een lichte hamer 8,6 gr : 37,96 + 22,8 = ( 16 x 0,5 ) + ( 8,6 x 6,6 ) een zwaardere hamer 10,5 gr : 37,90 + 22,8 = ( 16 x 0,5 ) + ( 10,5 x 5,4 )
Met SNAP in productie begin je dus met de uitloding van de toetsen, daarbij kies je eerst één van de beschikbare Stanwood gewichtspatronen. Vervolgens kies je het hamergewicht, dit in functie van het volume en de klankkleur die je wil op dat bepaald model van piano. Ik vermeld hier graag de firma Abel die sinds een tijd hammerkoppen levert met gewichtsspecificatie. Na renovatie met nieuwe hamerkoppen moet je het toetslood dus niet opnieuw aanpassen want je kan bij Abel hamers bestellen met dezelfde gewichtspecificatie als de originele. Is je keuze van hamer bv. te zwaar voor de aanwezige overbrengingsverhouding dan merk je dat aan je balansgewicht dat te hoog is. De oplossing is dan ofwel het gewicht van de hamer reduceren of de ratio aanpassen naar de juiste R/SW match met je gekozen BW. De software ontworpen door de PTDaE geeft je uiteraard duidelijk meer inzicht hoe die verhoudingen verlopen. Je kan de ratio wijziging met de OBW, of je kan een standaard ontwerpen met de locatie van de piloot en locatie/hoogte van het zadel op de onderhamer. De WNG onderhamers met keuze van type verstelbare zadels zijn hiervoor een zeer geschikte optie. Speciaal op vraag van de klant kan je met OBW ook snel en eenvoudig de bestaande ratio/inertie wijzigen: je vervangt de OBW door een andere maat, je moet dan uiteraard ook wel de dieptegang of de stijghoogte aanpassen.
OBW available at Jahn
Ik weet dat sommige pianomerken de laatste tijd hun hamers controleren op een min of meer gelijkmatig afnemend verloop en dat voel je zeker in de gelijkmatigheid van aanslag. Spijtig genoeg houdt men in productie momenteel nog altijd geen rekening met de belangrijkheid van een specifieke ratio voor een specifieke piano. En er was ook weinig stimulans om een gecontroleerde dynamische speelaard toe te passen want pianisten zijn weinig kritisch en willen zich aan een middelmatige pianotouché toch wel aanpassen.
Daardoor vindt je dan ook een diversiteit aan inerties in een gamma pianos van hetzelfde merk. Daarom spelen en klinken ze verschillend en ook niet altijd even goed want de verschillen worden niet bewust ontworpen, ze ontstaan louter toevallig, op goed geluk, zonder de impact van de ratio/inertie relatie ten volle te beseffen. Ondertussen hebben pianisten ook een expertise ontwikkeld om een geoptimaliseerde aanslag te herkennen. En altijd merk ik dat ze na enkele uren oefenen met verbazing de nieuwe subtiele mogelijkheden in de controle van de aanslag ontdekken.
Hun techniek transformeert zich en ze ervaren meer connectie met de klank die ze produceren, en die verovert hun hart. Het lijdt geen twijfel dat de vraag naar dit product zal groeien. Ik vraag me af welke bedrijven als eerste SNAP in productie zullen nemen, dit zal zeker de marktposities wijzigen en ik ben benieuwd welke beweging in verkoopvolume dit zal genereren.

Vandaag de dag kan iedereen gemakkelijk toegang krijgen tot

alle PTD-informatie.

Ik verwijs speciaal naar de artikelen op Davids site en naar Mario Igrecs uitstekend boek ' Pianos Inside Out' hoofdstuk 9.
Meer over BALANsgewicht (BW) (UW+DW) / 2 = BW DW (neergewicht) - Frictie = BW UW (opgewicht) + Frictie = BW Hier een practisch voorbeeld van DW, FW en BW uitgewerkt met de Stanwood vergelijking BW + FW = (KR x WW) + (R x SW) Op een toets meet je vooraan een weerstand van 10 gr frictie nl. het totaal van frictie op de balanspin, de piloot, de hamerrol en de asjes. (UW - DW) / 2 = Frictie Het totaal te balanceren gewicht is 60 gr, nl. het gewicht van de de hamer (10 gr x ratio 5) + de onderhamer (20gr x ratio 0.5) = totaal 60 gr. Een ideaal balansgewicht is 38 gr , ik pas dus het gewicht van de toets aan naar 22 gr FW. BW 38 gr + FW 22 gr = (KR 0.5 x WW 20 gr) + (R 5.0 x SW 10 gr) 60 gr = 10 gr + 50 gr Het neergewicht (DW) is nu 38gr BW + 10 gr frictie = 48 gr DW
Het begrip BALANSGEWICHT wordt in de traditionele manier van toets kalibratie niet gebruikt: de hoeveelheid lood in de voorkant van de toetsen wordt bepaald door het neergewicht ( DW ) te meten en aan te passen naar rond de 50 gr. Dit samen met controle van voldoende opgewicht. De bedoeling van deze procedure is een gelijk speelgewicht te maken maar je creëert spijtig genoeg net het tegendeel.
Het effectieve gewicht van de toets vooraan (FW) wordt met deze DW procedure niet bepaald met als gevolg dat ook het balansgewicht hier een onbekende parameter blijft. En BW is nu net de waarde die je consistent kan gebruiken om het dynamisch speelgewicht te bepalen.
Zelfs in het geval je een gelijk verloop van hamergewicht handhaaft zal met deze DW procedure het balansgewicht toch niet gelijk verlopen want het neergewicht is de som van het Balansgewicht + Frictie en die frictie wordt niet expliciet per toets gemeten. En de frictie in de mechaniek fluctueert ook nog samen met de de vochtigheid in zijn omgeving.
Ook de procedure om de 88 toetsen in vijf secties met verschillende DW te calibreren is weinig efficient om een gelijk BW te produceren. Inderdaad is er frictieverschil in de bas, medium en discant en vandaar het empirisch concept van verschillende DW secties, maar nogmaals, de exacte frictie per toets wordt tijdens die calibratie niet gemeten. Ook de richtlijnen voor opgewicht (UW) die enkel met een +limietwaarde bepaald worden zijn niet logisch. Zie Steinway voorbeeld met UW specificatie +19 voor alle secties.

Deze conservatieve procedure is dus duidelijk minder

precies.

Het is logischer met BW te werken om het toetsgewicht te bepalen. Frictie heeft geen invloed op het balansgewicht of op het dynamisch speelgewicht en wordt in de Stanwood vergelijking dan ook niet gebruikt. BW is de stabiele referentiewaarde die PTD gebruikt om het gewicht van de toets (FW) te berekenen.
En nogmaals, als je eerst het verloop van het gewicht van de hamers niet aanpakt krijg je nooit een gelijk afnemende inertie in de dynamische speelaard. Je zou kunnen veronderstellen dat een foutje van één gram meer of minder in een hamer verwaarloosbaar is bij het uitbalanceren van de speelaard, maar met bijvoorbeeld een ratio van 5,5 krijg je 5,5 x 1 gr = 5,5 gram statisch gewichtsverschil.
De hoeveelheid kracht nodig om die 5,5 gr in beweging te zetten neemt exponentieel toe samen met de versnelling van de hamer.
De traditionele DW kalibratie compenseert dit gewichtsverschil van 5,5 gr met de hoeveelheid of de positie van het lood vooraan in de toets. Dit levert uiteraard geen gelijk afnemend verloop van het loodpatroon met nog meer onregelmatigheid in de aanslag tot gevolg want de inertie van het toetsgewicht draagt ook +/- 10% bij tot het totale dynamisch speelgewicht.
C o n c l u s i e Inovaties hebben meestal tijd nodig om zich in de maatschappij te installeren. Een aanvankelijke conservatieve weerstand om het nieuwe te omvatten is normaal en steunt op diverse geloofsstructuren meestal vanuit een gebrek aan informatie en praktische kennis. Onlangs benoemde iemand PTD met de term ‘rocketscience’ hogere ruimtewetenschap, niettegenstaande dat de Stanwood methode alleen maar eenvoudige wiskunde gebruikt. Ook denkt men dat een PTD uitvoeren ingewikkeld is alhoewel de procedure vrij eenvoudig en makkelijk aan te leren is. PTD is veel meer werk hoor ik, economisch niet renderend, time is money. Als je individuele mechanieken behandelt is het inderdaad arbeidsintensief omdat ze zo verscheiden zijn. Telkens opnieuw eerst een analyse maken en vervolgens een doordacht design precies uitvoeren, ja dat vraagt tijd, maar als je SNAP in een productieproces goed integreert werkt het sneller doordat je een standaarduitvoering kan gebruiken. Met SNAP ontwerp je éénmalig de toetscalibratie. Die standaard uitvoeren werkt sneller dan traditioneel en met correcter resultaat. Je moet bijvoorbeeld niet meer telkens opnieuw toets per toets manueel de positie van het lood uitzetten. Je kan heel snel met een schabloon de loodlocatie aanduiden, dit berekend volgens het Stanwood loodpatroon dat, Ik citeer US Patent #5585582 °1994, een gelijkmatige liniaire progressie in gewicht geeft met een meer uniforme speelaard in de pianotoetsen. De volledige standaard design maak je in productie ook slechts éénmaal. Het hamergewicht subtiel bijstellen vraagt inderdaad bijkomende tijd, maar nogmaals die kan je in een pianofabriek reduceren door een technisch standaard procedure toe te passen. Wellicht kom je met een SNAP aan een identiek totaal tijdsrendement. Een aangepaste SW-curve versnelt bijvoorbeeld meestal de eind intonatie, dit compenseert dan het supplementaire werk aan het hamergewicht. In ieder geval compenseert de enorme kwaliteitsverbetering in speelaard het eventuele supplement aan werk. Met een goed uitgebalanceerde mechaniek kan de pianist efficienter contact maken met de klank van zijn piano. Een subtielere speelaard creëert een grotere muzikale ontwikkeling in frazering en interpretatie. Deze SNAP specifieke tastbare speelkwalteit is de finale meerwaarde voor verkoop en marketing. Nogmaals, wij kunnen nu pianomechanieken grondiger analyseren, we weten exact hoe ze te verbeteren. Laat ons die kennis toepassen en samen werken aan een hoge kwaliteit voor de pianist, zijn muziek, zijn toekomst. 01 05 2020 Danny Boddin
David Stanwood biedt ook SALA aan. Stanwood Adjustable Leverage Action is een modificatie onder het klavier waarbij je het balanspunt onder de toest manueel kan wijzigen met meerdere flexibele keuzes in ratio/ dynamische enertie. SALA is verschillend van de MBA. De MagneticBalanceAction van Hans Venlo verandert enkel de BW door de magneten in de toets bij te stellen. SALA verandert de inertie in de speelaard door de ratio te wijzigen.
Thank you for visiting !
thank you for visiting M E N U
BODDIN

PIANOSERVICE

Danny Boddin
BODDIN

PIANOSERVICE

Thank you for visiting !
correcte SW/Ratio verhoudingen
+ 32 (0)475 43 38 43
Deel met ons het ‘Precision Touch Design Platform’
voor pianisten en technici Vanuit uw opmerkingen en vragen blijven wij samen verder leren, bedankt voor uw participatie.

EEN VISIE EN MISSIE VOOR PIANOBOUWERS EN TECHNIEKERS

Beeld je een productie in met een nieuwe standaard voor de uitloding van het toetsgewicht met betrouwbaar en voorspelbaar dynamische speelgewicht. Ik geloof dat dit de toekomst wordt voor pianomechanieken.
Doordat David jarenlang talrijke PTD analyses kon vergelijken en tegelijk refereren naar de feedback van pianisten kwam hij erachter welke aanslag confortabel speelt en welke niet zo goed. Met de Stanwood vergelijking weten we nu welke verhouding van hamergewicht en overbrenging een acceptabele dynamische inertie in de speelaard geeft. De PTDAE geeft ondertussen al tien jaar les en er zijn in Europa al meer dan 500 Precision Touch Designs geïnstalleerd.
Recent vanuit PTD ontwikkelde David Stanwood nu zijn SNAP . Het Stanwood new Action Protocol is in de eerste plaats bedacht voor gebruik in de piano industrie doordat het is aangepast met een standaard voor de productie. Met het SNAP calibreer je eerst de toetsen met een gewichtspatroon dat, naar keuze, een hoge, lage of medium inertie geeft. Na instalatie van dit patroon kan je er elke curve van hamergewicht ( SW ) mee combineren op voorwaarde dat je de aanbevolen ratio toepast.
Hier onder een voorbeeld van een medium inertie keuze voor toets C40 geïnstalleerd met twee verschillende hamergewichten (8,6 en 10,5 gr) en toch zijn de BW en FW identiek. De hier correcte SW/Ratio match gerandeert in de beide gevallen een comfortabele medium massatraagheid in de speelaard.
BW = balansgewicht FW= gewicht vooraan op de toets WW = gewicht onderhamer KR = toetsratio (meestal rond 0.5) SW = gewicht hamer op steel
toets C40 met BW + FW = ( WW x KR ) + ( SW x Ratio ) een lichte hamer 8,6 gr : 37,96 + 22,8 = ( 16 x 0,5 ) + ( 8,6 x 6,6 ) een zwaardere hamer 10,5 gr : 37,90 + 22,8 = ( 16 x 0,5 ) + ( 10,5 x 5,4 )
Met SNAP in productie begin je dus met de uitloding van de toetsen, daarbij kies je eerst één van de beschikbare Stanwood gewichtspatronen. Vervolgens kies je het hamergewicht, dit in functie van het volume en de klankkleur die je wil op dat bepaald model van piano. Ik vermeld hier graag de firma Abel die sinds een tijd hammerkoppen levert met gewichtsspecificatie. Na renovatie met nieuwe hamerkoppen moet je het toetslood dus niet opnieuw aanpassen want je kan bij Abel hamers bestellen met dezelfde gewichtspecificatie als de originele. Is je keuze van hamer bv. te zwaar voor de aanwezige overbrengingsverhouding dan merk je dat aan je balansgewicht dat te hoog is. De oplossing is dan ofwel het gewicht van de hamer reduceren of de ratio aanpassen naar de juiste R/SW match met je gekozen BW. De software ontworpen door de PTDaE geeft je uiteraard duidelijk meer inzicht hoe die verhoudingen verlopen. Je kan de ratio wijziging met de OBW, of je kan een standaard ontwerpen met de locatie van de piloot en locatie/hoogte van het zadel op de onderhamer. De WNG onderhamers met keuze van type verstelbare zadels zijn hiervoor een zeer geschikte optie. Speciaal op vraag van de klant kan je met OBW ook snel en eenvoudig de bestaande ratio/inertie wijzigen: je vervangt de OBW door een andere maat, je moet dan uiteraard ook wel de dieptegang of de stijghoogte aanpassen.
OBW available at Jahn
Ik weet dat sommige pianomerken de laatste tijd hun hamers controleren op een min of meer gelijkmatig afnemend verloop en dat voel je zeker in de gelijkmatigheid van aanslag. Spijtig genoeg houdt men in productie momenteel nog altijd geen rekening met de belangrijkheid van een specifieke ratio voor een specifieke piano. En er was ook weinig stimulans om een gecontroleerde dynamische speelaard toe te passen want pianisten zijn weinig kritisch en willen zich aan een middelmatige pianotouché toch wel aanpassen.
Daardoor vindt je dan ook een diversiteit aan inerties in een gamma pianos van hetzelfde merk. Daarom spelen en klinken ze verschillend en ook niet altijd even goed want de verschillen worden niet bewust ontworpen, ze ontstaan louter toevallig, op goed geluk, zonder de impact van de ratio/inertie relatie ten volle te beseffen. Ondertussen hebben pianisten ook een expertise ontwikkeld om een geoptimaliseerde aanslag te herkennen. En altijd merk ik dat ze na enkele uren oefenen met verbazing de nieuwe subtiele mogelijkheden in de controle van de aanslag ontdekken.
Hun techniek transformeert zich en ze ervaren meer connectie met de klank die ze produceren, en die verovert hun hart. Het lijdt geen twijfel dat de vraag naar dit product zal groeien. IIk vraag me af welke bedrijven als eerste SNAP in productie zullen nemen, dit zal zeker de marktposities wijzigen en ik ben benieuwd welke beweging in verkoopvolume dit zal genereren.

Vandaag de dag kan iedereen gemakkelijk toegang krijgen tot

alle PTD-informatie.

Ik verwijs speciaal naar de artikelen op Davids site en naar Mario Igrecs uitstekend boek ' Pianos Inside Out' hoofdstuk 9.
Meer over BALANsgewicht (BW) (UW+DW) / 2 = BW DW (neergewicht) - Frictie = BW UW (opgewicht) + Frictie = BW Hier een practisch voorbeeld van DW, FW en BW uitgewerkt met de Stanwood vergelijking BW + FW = (KR x WW) + (R x SW) Op een toets meet je vooraan een weerstand van 10 gr frictie nl. het totaal van frictie op de balanspin, de piloot, de hamerrol en de asjes. (UW - DW) / 2 = Frictie Het totaal te balanceren gewicht is 60 gr, nl. het gewicht van de de hamer (10 gr x ratio 5) + de onderhamer (20gr x ratio 0.5) = totaal 60 gr. Een ideaal balansgewicht is 38 gr , ik pas dus het gewicht van de toets aan naar 22 gr FW. BW 38 gr + FW 22 gr = (KR 0.5 x WW 20 gr) + (R 5.0 x SW 10 gr) 60 gr = 10 gr + 50 gr Het neergewicht (DW) is nu 38gr BW + 10 gr frictie = 48 gr DW
Het begrip BALANSGEWICHT wordt in de traditionele manier van toets kalibratie niet gebruikt: de hoeveelheid lood in de voorkant van de toetsen wordt bepaald door het neergewicht ( DW ) te meten en aan te passen naar rond de 50 gr. Dit samen met controle van voldoende opgewicht. De bedoeling van deze procedure is een gelijk speelgewicht te maken maar je creëert spijtig genoeg net het tegendeel.
Het effectieve gewicht van de toets vooraan (FW) wordt met deze DW procedure niet bepaald met als gevolg dat ook het balansgewicht hier een onbekende parameter blijft. En BW is nu net de waarde die je consistent kan gebruiken om het dynamisch speelgewicht te bepalen.
Zelfs in het geval je een gelijk verloop van hamergewicht handhaaft zal met deze DW procedure het balansgewicht toch niet gelijk verlopen want het neergewicht is de som van het Balansgewicht + Frictie en die frictie wordt niet expliciet per toets gemeten. En de frictie in de mechaniek fluctueert ook nog samen met de de vochtigheid in zijn omgeving.
Ook de procedure om de 88 toetsen in vijf secties met verschillende DW te calibreren is weinig efficient om een gelijk BW te produceren. Inderdaad is er frictieverschil in de bas, medium en discant en vandaar het empirisch concept van verschillende DW secties, maar nogmaals, de exacte frictie per toets wordt tijdens die calibratie niet gemeten. Ook de richtlijnen voor opgewicht (UW) die enkel met een +limietwaarde bepaald worden zijn niet logisch. Zie Steinway voorbeeld met UW specificatie +19 voor alle secties. Deze conservatieve procedure is dus duidelijk minder precies.
Het is logischer met BW te werken om het toetsgewicht te bepalen. Frictie heeft geen invloed op het balansgewicht of op het dynamisch speelgewicht en wordt in de Stanwood vergelijking dan ook niet gebruikt. BW is de stabiele referentiewaarde die PTD gebruikt om het gewicht van de toets (FW) te berekenen.
En nogmaals, als je eerst het verloop van het gewicht van de hamers niet aanpakt krijg je nooit een gelijk afnemende inertie in de dynamische speelaard. Je zou kunnen veronderstellen dat een foutje van één gram meer of minder in een hamer verwaarloosbaar is bij het uitbalanceren van de speelaard, maar met bijvoorbeeld een ratio van 5,5 krijg je 5,5 x 1 gr = 5,5 gram statisch gewichtsverschil.
De hoeveelheid kracht nodig om die 5,5 gr in beweging te zetten neemt exponentieel toe samen met de versnelling van de hamer.
De traditionele DW kalibratie compenseert dit gewichtsverschil van 5,5 gr met de hoeveelheid of de positie van het lood vooraan in de toets. Dit levert uiteraard geen gelijk afnemend verloop van het loodpatroon met nog meer onregelmatigheid in de aanslag tot gevolg want de inertie van het toetsgewicht draagt ook +/- 10% bij tot het totale dynamisch speelgewicht.
C o n c l u s i e Inovaties hebben meestal tijd nodig om zich in de maatschappij te installeren. Een aanvankelijke conservatieve weerstand om het nieuwe te omvatten is normaal en steunt op diverse geloofsstructuren meestal vanuit een gebrek aan informatie en praktische kennis. Onlangs benoemde iemand PTD met de term ‘rocketscience’ hogere ruimtewetenschap, niettegenstaande dat de Stanwood methode alleen maar eenvoudige wiskunde gebruikt. Ook denkt men dat een PTD uitvoeren ingewikkeld is alhoewel de procedure vrij eenvoudig en makkelijk aan te leren is. PTD is veel meer werk hoor ik, economisch niet renderend, time is money. Als je individuele mechanieken behandelt is het inderdaad arbeidsintensief omdat ze zo verscheiden zijn. Telkens opnieuw eerst een analyse maken en vervolgens een doordacht design precies uitvoeren, ja dat vraagt tijd, maar als je SNAP in een productieproces goed integreert werkt het sneller doordat je een standaarduitvoering kan gebruiken. Met SNAP ontwerp je éénmalig de toetscalibratie. Die standaard uitvoeren werkt sneller dan traditioneel en met correcter resultaat. Je moet bijvoorbeeld niet meer telkens opnieuw toets per toets manueel de positie van het lood uitzetten. Je kan heel snel met een schabloon de loodlocatie aanduiden, dit berekend volgens het Stanwood loodpatroon dat, Ik citeer US Patent #5585582 °1994, een gelijkmatige liniaire progressie in gewicht geeft met een meer uniforme speelaard in de pianotoetsen. De volledige standaard design maak je in productie ook slechts éénmaal. Het hamergewicht subtiel bijstellen vraagt inderdaad bijkomende tijd, maar nogmaals die kan je in een pianofabriek reduceren door een technisch standaard procedure toe te passen. Wellicht kom je met een SNAP aan een identiek totaal tijdsrendement. Een aangepaste SW- curve versnelt bijvoorbeeld meestal de eind intonatie, dit compenseert dan het supplementaire werk aan het hamergewicht. In ieder geval compenseert de enorme kwaliteitsverbetering in speelaard het eventuele supplement aan werk. Met een goed uitgebalanceerde mechaniek kan de pianist efficienter contact maken met de klank van zijn piano. Een subtielere speelaard creëert een grotere muzikale ontwikkeling in frazering en interpretatie. Deze SNAP specifieke tastbare speelkwalteit is de finale meerwaarde voor verkoop en marketing. Nogmaals, wij kunnen nu pianomechanieken grondiger analyseren, we weten exact hoe ze te verbeteren. Laat ons die kennis toepassen en samen werken aan een hoge kwaliteit voor de pianist, zijn muziek, zijn toekomst. 01 05 2020 Danny Boddin
David Stanwood biedt ook SALA aan. Stanwood Adjustable Leverage Action is een modificatie onder het klavier waarbij je het balanspunt onder de toest manueel kan wijzigen met meerdere flexibele keuzes in ratio/ dynamische enertie. SALA is verschillend van de MBA. De MagneticBalanceAction van Hans Venlo verandert enkel de BW door de magneten in de toets bij te stellen. SALA verandert de inertie in de speelaard door de ratio te wijzigen.